Hoe Trumps oorlog onbedoeld de wereldwijde uitstoot verlaagt
Donald Trump noemt klimaatverandering al jaren een verzinsel en probeert Amerikaanse klimaatmaatregelen terug te draaien. Het klinkt daarom tegenstrijdig, maar zijn beleid heeft volgens een analyse van The Washington Post onbedoeld een flinke rem gezet op de wereldwijde CO2-uitstoot.
De oorzaak is niet een succesvol klimaatprogramma, maar de inmiddels zeven maanden durende oorlog met Iran. Door de gevechten zijn productie en transport van olie en gas verstoord. Brandstoffen zijn schaarser en duurder geworden, waardoor huishoudens, bedrijven en overheden wereldwijd minder fossiele energie gebruiken.
Van tijdelijke storing naar forse daling
Aanvankelijk rekenden veel analisten op een korte verstoring. De strijd zou snel voorbij zijn, waarna de export van olie en gas weer op gang kon komen. Dat scenario is niet uitgekomen. De tekorten houden langer aan en beginnen daardoor het energieverbruik structureel te beïnvloeden.
Dat is ook zichtbaar in de ramingen van het Internationaal Energieagentschap (IEA). Begin 2026 werd nog uitgegaan van een duidelijke stijging van de uitstoot door fossiele brandstoffen ten opzichte van 2025. In september ziet dat beeld er heel anders uit. Ondanks een toename van het kolenverbruik ligt de totale uitstoot uit olie, gas en kolen volgens de nieuwste vooruitzichten lager dan vorig jaar.
Een jaarlijkse daling van deze omvang is sinds de coronapandemie niet meer voorgekomen. De vergelijking met 2020 moet wel voorzichtig worden gemaakt. Tijdens de lockdowns zakte het verbruik veel sterker en lag de absolute vraag naar olie eveneens lager: gemiddeld ongeveer 91 miljoen vaten per dag, tegenover circa 102 miljoen vaten in de huidige prognose voor 2026.
Olievraag 2,5 procent lager
Het IEA verwacht nu dat de wereldwijde vraag naar olie in 2026 ongeveer 2,5 procent lager uitvalt dan in 2025. Volgens de berekening van The Washington Post staat de daardoor vermeden uitstoot ongeveer gelijk aan die van 42 miljoen auto’s met een verbrandingsmotor.
Nog opvallender is het verschil met de verwachting aan het begin van het jaar. Toen voorzag het IEA juist groei van het olie- en gasverbruik. Het verschil tussen die januariprognose en de huidige werkelijkheid komt volgens dezelfde analyse overeen met de jaarlijkse uitstoot van ongeveer 103 miljoen brandstofauto’s.
Hoge brandstofprijzen veranderen keuzes
In de energiesector wordt een blijvende daling door schaarste en hoge prijzen ook wel vernietiging van de vraag genoemd. Dat klinkt dramatisch, maar het principe is eenvoudig: als energie lang genoeg duur of moeilijk verkrijgbaar blijft, gaan gebruikers op zoek naar alternatieven.
Voor automobilisten kan dat betekenen dat zij eerder kiezen voor een zuinigere auto, een hybride of een volledig elektrisch model. Energiebedrijven die onvoldoende vloeibaar aardgas kunnen inkopen, investeren sneller in windenergie, zonne-energie of kernenergie. Huishoudens vervangen een oliegestookte verwarming door een warmtepomp of zonnepanelen. Ook technieken die eerder te duur leken, kunnen door hoge olie- en gasprijzen plotseling wel aantrekkelijk worden.
Juist de duur van de crisis is daarbij belangrijk. Een korte prijspiek leidt meestal tot tijdelijk minder rijden of een lagere thermostaat. Een jarenlang hoge prijs kan ervoor zorgen dat mensen een andere auto kopen, bedrijven hun wagenpark aanpassen en landen nieuwe energie-infrastructuur bouwen. Zulke investeringen worden niet meteen teruggedraaid wanneer olie en gas later weer goedkoper worden.
Komt de oude vraag nog terug?
Daarover zijn de deskundigen het niet eens. Sommige ramingen gaan ervan uit dat de vraag naar olie en gas in 2027 weer ongeveer terugkeert naar het niveau van voor de oorlog. Andere partijen verwachten dat een deel van de daling blijvend is.
Adviesbureau DNV wijst onder meer op de groeiende verkoop van elektrische auto’s en op de gevolgen van langdurig hoge dieselprijzen voor de transportsector. Als vergelijkbaar voorbeeld noemt het bureau de Europese gascrisis na de Russische invasie van Oekraïne in 2022. Het wegvallen van goedkoop Russisch gas versnelde investeringen in hernieuwbare energie, waardoor Europa ook later minder afhankelijk bleef van ingevoerde fossiele brandstoffen.
De conclusie is daardoor minder eenvoudig dan de kop misschien doet vermoeden. Trumps beleid is niet groener geworden en de lagere uitstoot is het bijproduct van een kostbare oorlog en energieschaarste. Toch kan het effect verder reiken dan de crisis zelf. Hoe langer brandstof schaars en duur blijft, hoe groter de kans dat consumenten en bedrijven definitief voor andere technieken kiezen.
Voor de automarkt kan dat een belangrijk kantelpunt worden. Niet een verbod of subsidie, maar de prijs en beschikbaarheid van benzine en diesel zouden de overstap naar hybrides en elektrische auto’s sneller kunnen afdwingen dan beleidsmakers tot nu toe voor elkaar kregen.
